dinsdag 1 mei 2018


Ik geef het toe: het tweede papieren bundeltje dat we afgelopen weekend gekregen hebben met alles wat we gedaan hadden erin, ligt voor me wanneer ik dit schrijf. Het is maandagavond en naast een schaafwonde, blauwe plek en nog wat in te halen slaap rond mijn ogen herinnert bitter weinig me aan de voorbije twee dagen. Ik ben iemand die snel vergeet en anno 2018 zijn wij, de jeugd, al heel snel met andere zaken bezig zoals ook ik vandaag: gsm, nog iets op de gsm en een net binnengekregen melding op de gsm. Fijn dus dat Anneleen en Stan mij de opdracht hebben gegeven om dit blogbericht te schrijven want zo kan ik het weekend nog eens herbeleven, spreek ik het herinneringenhoofd van de hele Warafiki aan en staat het weekend van 28 tot 29 april 2018 uitgetypt en voor eeuwig te pronken op het wereldwijde web.
Beginnen dus en dat deden we zonder er veel doekjes om te winden op de oprit van het Dr Guislain ziekenhuis/museum zoals gezegd zonder doekjes, maar wel met twee touwtjes om te winden. We waanden ons toen al even in tropische sferen toen Stan ons -met een zwaar door De Mol geïnspireerd spel- naar het verre Mexico katapulteerde waar we per twee met onze vier polsen verbonden los moesten geraken en omdat er een zeer goeie mol in het spel zat die pas helemaal op het einde de truc om los te geraken verklapte, begonnen we wat later met het administratief gedeelte van het weekend. Uitpakken dus onze toelatingspapieren van ouders, gele boekjes en anekdotes over gekregen inentingen en de gebruikelijke mottigheid daarbij (reken daar ook zeker de mottigheid om bepaalde papieren te krijgen op het gemeentehuis bij) begon en eindigde het administratief gedeelte van het weekend gelukkig sneller dan dat ik erover uitweid. Visa, daar staat een grote ‘in orde’ naast, dus grimmige grensposten in het verre Tanzania en Burundi van onze dromen rijden we met een brede glimlach tegemoet!
Met uitleg over de Broeders van Liefde en hun Fracarita achter de kiezen moest het middagmaal nog beginnen. Jan, de mail-man, kwam binnen en onze eetlust werd snel gestild, natuurlijk niet door Jan zelf maar door de workshop die hij aan ons gaf: in zijn interculturele training moesten we eerst per provincie gaan zitten (Antwerpen + Limburg vs. Oost- + West-Vlaanderen) en moesten we beschrijvingen plakken op de tegenover ons zittende inwoners van de ‘andere’ provincies. Daarna braken we de provinciegrenzen af en moesten we als één front achter België staan en ons landje beschrijven. Conclusie: toen we andere mensen moesten beoordelen in andere provincies had Jan veel meer negatieve zaken gehoord dan positieve (Limburgers zijn traag, Antwerpenaren hebben een dikke nek en West-Vlamingen zijn boeren) maar toen we onszelf als Belg begonnen te beoordelen spatte het positieve ervan af (wij hebben de frieten uitgevonden, eten de beste chocolade en wafels en hebben een goed sociale zekerheidssysteem), extra conclusie: we zijn egoïstisch. En we groeien op tussen de vooroordelen. Nog maar gewoon naar een andere provincie toe. Hoe moeten we dan niet denken over een arm Afrikaans derdewereldland zoals Tanzania? Extra conclusie: we hebben andere brillen opgezet gekregen. Eén die minder vuil van vooroordelen is en nog één die het denken dat wij altijd de besten zijn, ontkracht. Kortom: Antwerpenaren, hoe ongeloofwaardig het ook mag klinken, zijn héél soms ook gewone mensen. 
Joshua en Sandra kwamen binnen. Hun twee kindjes volgden hun op de voet. Sandra, die als studente Joshua in Tanzania heeft ontmoet, vertelde over de vele reizen naar het geboorteland van haar man, haar man die Sandra vanuit Tanzania naar België heeft gevolgd voor het degelijke onderwijs zowel voor hemzelf als voor een eventuele kroost, maar vooral voor Sandra zelf hoor, die vertelt alsof het een lieve lust is. Over de twijfel waar ze als koppel gingen wonen bijvoorbeeld. Over het intomen van hun prille verliefdheid in Tanzania omdat kussen in het openbaar simpelweg niet mag daar. Telkens weer onderbroken door de jongste van hun twee kinderen die zijn tekeningen moest en zou tonen aan zijn mama! Bedankt Joshua en Sandra voor de beste inside information die we maar konden krijgen.
In Gent zaten we later die avond in de Sleepstraat een Turkse pizza en een gezellig drankje in het kleinste café van de stad te verorberen. Met de laatste tram 1 van Gent die dag surften we ons bed in. Als je geluk had om niet op een matje op de grond te moeten slapen tenminste. Slaapwel.
Toen we 24 uur eerder nog in Mexico zaten, stonden we nu op een iets minder kleurige maar niet minder mooie en warme plek die zondagochtend te luisteren naar een verpleegster in het psychiatrisch centrum van het Guislain over de westerse werking van het concept psychiatrie. Verplicht worden om met de patiënten daar te praten, dat moest je ons geen twee keer zeggen. Vergelijken met de Tanzaniaanse werking met geestelijk zieke mensen kan pas binnen een dikke drie maanden, dan zal ik het jullie zeker ook weten te bloggen!
We begonnen met touw en dus eindigden we er ook mee: touwtjespringen! Ik weet niet wat het is, maar met z’n allen collectief over een touw springen, dat schept een band!
Anneleen en Stan, bedankt voor dit weekend, maar eigenlijk moet ik de groep bedanken. Zonder hen, geen plezier.
Tot snel op de ouderinfoavond!
Elias