De dagen wegen,
dat speelt ons parten.
Iedere dag lijken
we meer en meer van Afrika te gaan houden. Wat we hier ervaren, beroert me
ongelofelijk! Afrika trekt me van links naar rechts, schoonheid binnen liefde,
verdriet binnen wreedheid, boosheid binnen chaos.
Ik ben vandaag
een paar keer sprakeloos aan de grond genageld.
Het weeshuis
Mwoacachi, opgericht door 12 vrouwen in 1997. Het aantal kinderen wordt
afgeklopt op 217 deze tijd, morgen kunnen het er meer of minder zijn. Het
aantal internen is beperkt tot 72, de anderen worden toevertrouwd aan
familieleden. Het merendeel van de aanwezige kinderen zijn jongens. Als er nog
familieleden van de kinderen overblijven wordt er liefst voor de meisjes
gezorgd omdat jongens wat lastig kunnen zijn. De kamermuren zijn besmeurd met
zwarte vlekjes met hier en daar een rood vlekje. Duizenden vlekjes, allemaal
doodgemepte muggen die hier al dan niet een kind besmetten met malaria. Nog
niet de helft van de bedden heeft een muskietennet.
Joker (bijnaam), 18j, een lid van het scoutsteam,
vertelde me dat zijn oudere zus 2017 en broer 2015, beiden zijn overleden aan
de gevolgen van een hevige malaria-aanval. Het dringt tot mij door dat de
muggen geen grenzen kennen en dit een gegeven vormt voor alle Afrikanen in
malariagevoelig gebied. Dat hoogstwaarschijnlijk alle gezinnen, families
verlies door malaria te verduren krijgen.
De toestand in
het weeshuis bezorgt me sneller dan kijken een reflex naar: “wat kan ik hier
betekenen”, plannen spoken door mijn hoofd terwijl ik van de ene verbazing in
de andere rol.
De kinderen doen
er alles aan om als eerste, tweede, derde,... voorlaatste, laatste een
cadeautje te ontvangen. Als ze maar niet diegene zijn die na de laatste komt.
Met pijn in het hart stel je iemand teleur, beseffen dat dit kleinigheidje een
teken van hoop is voor hen. Bezoekers betekenen voor hen een zegen, een teken
dat er beterschap op komst is. De duurzaamheid van onze 50kg rijst en speelgoed
staat nergens, tegenover het werk dat deze setting nodig heeft en verdient. De
vrouw aan hoofd van dit huis heeft een hart van goud maar zwemt met kleren aan,
tegenstroom, gelukkig met reddingsvest.
Hoop en geloof is het enige dat haar boven water houdt. Zonder steun van de
overheid zijn het enkel samaritanen, de broeders en de warafiki wa maendeleo
die voor haar reddingsvest zorgen. Ze heeft het lot van de kinderen niet in
handen.
Tijdens de
fruitlunch staren een tiental ogen ons aan. De overheerlijke, vlezige en sappige
lekkernij bekoort ons allen maar niet de lege maag van onze buren. Wat houdt er
ons tegen niet te delen? Je komt jezelf tegen omdat dit knaagt aan je ziel!
Het verhaal bij
de scoutsleden thuis verschilt van warafiki tot warafiki omdat we opgesplitst
in groepjes de stad intrekken. Gasten worden verwend en in de watten gelegd,
dit stemt overeen met onze cultuur. Wat verschilt is hetgeen hoeveel je geeft.
Iemand haalde aan dat: “diegene die het meeste geeft, is die die het minste
heeft”. Een ietwat moeilijke uitspraak voor West-vlaamse lezers J.
Het is opnieuw onvergetelijk!
Verhalen van kakkerlakken naar een tienermoeder van 15 naar onvoorwaardelijke
zorg voor zieke bejaarde ouders binnenshuis en tederheid troef voor onze
warafiki. Jullie horen thuis ongetwijfeld de details. De mensen hier zijn
gastvrij, ten voeten uit!
Morgen, laatste
dag Kigoma. Op het menu een afscheidsfeest, twee sportwedstrijden en een debat
op een middelbare school, het gewijzigde onderwerp doet wenkbrauwen fronsen.
“De Europese cultuur is beter dat de Afrikaanse cultuur” en wij bevinden ons in
het kamp van, u raadt het al, Europa. Tot morgen.