woensdag 17 juli 2013

Doe-dag in Marumba



Na onze eerste nacht in Marumba kregen we van de broeders een uitgebreid ontbijt. Voor het eerst sinds ons verblijf in Bujumbura was er toespijs, honing, confituur en pindakaas! Wie had ooit kunnen denken dat we hier zo van zouden genieten.

Deze voormiddag hielpen we de broeders bij het herschilderen van het psychiatrisch ziekenhuis. Al zingend gaven we de muren en de banken een nieuw kleurtje. Een plezierig werkje, waar we veel voldoening uithaalden.

De broeders zijn bezig een nieuw gebouw op te trekken. Dit moet dienen als verblijfplaats voor de verplegers. Met de aarde maken ze bakstenen. Deze laten ze enkele weken drogen in de zon totdat ze hard genoeg zijn. Nadien maken ze met deze stenen een piramide. Deze piramide steken ze onderaan in brand. Nadat de vlammen uitgedoofd zijn, maken ze de piramide dicht met klei en mest zodat de bakstenen verder kunnen uitharden. Wij moesten helpen om de stenen naar de piramide te dragen. We vormden een lijn zodat we de stenen gemakkelijk konden doorgeven. Ons teamwork was werkelijk verbluffend.

Na een, naar Tanzaniaanse normen, rijkelijk middagmaal gingen we samen met broeder Welhard op bezoek bij een priester van een plaatselijke parochie. Hij toonde ons de middelbare school die hij had opgebouwd. We kregen de kans om per 2 in een klas enkele vragen te stellen aan de leerlingen en moesten op onze beurt er enkele beantwoorden. De leerlingen zaten met 50 in één klas. Er waren geen wereldkaarten, geen beamers, geen smartboarden en geen computers zoals bij ons. En ondanks dit alles waren de leerlingen zo gelukkig dat ze de kans kregen om naar school te gaan.

De 460 leerlingen verblijven daar allemaal in het internaat. De meisjes bezochten de slaapkamers van de meisjes en de jongens verkenden de jongensvertrekken. De meisjes waren bezig zichzelf en hun kleren te wassen. Ze toonden ons hun slaapzaal. Ze slapen met zo’n 40 in één slaapzaal. Een paar meisjes begonnen in onze haren te wrijven. In Tanzania mag je als student geen lange haren hebben. Enkelen onder hen konden ons overtuigen om voor hen een dansje te doen. Daar stonden we dan in het midden van de wasplaats, tussen de meisjes gewikkeld in handdoeken, de Plopdans te doen. We hebben er enorm van genoten.  

 Nadien toonde de priester ons nog de kerk die hij had laten bouwen. Hij was er terecht heel fier op. Toen we buitenkwamen, hoorden we de mooiste stemmen die we ooit gehoord hadden. Het koor was buiten aan het repeteren. Trots gaven ze ons een kleine demonstratie. We stonden allemaal met open mond  te luisteren. Ze leken wel het gospelkoor uit Sister Act maar dan live, hier in Kasulu onder enkele bomen.

Tot slot nam de priester ons nog mee naar een wel heel decadent hotel. Hij trakteerde ons op een frisdrank en gaf ons de kans om hem onze vragen te stellen. Stan trok zijn stoute schoenen aan en vroeg hem naar zijn idee over geboortebeperking.  Hijzelf is meer voor ‘gezinsplanning’ dan voor het gebruik van anticonceptiemiddelen.

Na ons bezoek keerden we terug naar onze verblijfplaats in Marumba. Daarna volgde het avondmaal en  namen we uitgebreid de tijd om te reflecteren. Ik had het persoonlijk moeilijk met de manier waarop de priester ons al zijn projecten toonde. Zijn houding stond zo in contrast met de nederige houding van de broeders die we tot nu toe al ontmoet hadden. Hierover praten met de groep en ook anderen hun mening horen was een verademing.

We gaan nu nog even naar de sterrenhemel kijken, want die is hier werkelijk verbluffend en daarna kruipen we na een geslaagde dag onder de wol.   

 

Karen