Na onze eerste nacht in Marumba kregen we van de broeders een uitgebreid ontbijt. Voor het eerst sinds ons verblijf in Bujumbura was er toespijs, honing, confituur en pindakaas! Wie had ooit kunnen denken dat we hier zo van zouden genieten.
Deze voormiddag hielpen we de broeders bij het herschilderen
van het psychiatrisch ziekenhuis. Al zingend gaven we de muren en de banken een
nieuw kleurtje. Een plezierig werkje, waar we veel voldoening uithaalden.
De broeders zijn bezig een nieuw gebouw op te trekken. Dit moet
dienen als verblijfplaats voor de verplegers. Met de aarde maken ze bakstenen. Deze
laten ze enkele weken drogen in de zon totdat ze hard genoeg zijn. Nadien maken
ze met deze stenen een piramide. Deze piramide steken ze onderaan in brand. Nadat
de vlammen uitgedoofd zijn, maken ze de piramide dicht met klei en mest zodat
de bakstenen verder kunnen uitharden. Wij moesten helpen om de stenen naar de
piramide te dragen. We vormden een lijn zodat we de stenen gemakkelijk konden
doorgeven. Ons teamwork was werkelijk verbluffend.
Na een, naar Tanzaniaanse normen, rijkelijk middagmaal
gingen we samen met broeder Welhard op bezoek bij een priester van een
plaatselijke parochie. Hij toonde ons de middelbare school die hij had opgebouwd.
We kregen de kans om per 2 in een klas enkele vragen te stellen aan de
leerlingen en moesten op onze beurt er enkele beantwoorden. De leerlingen zaten
met 50 in één klas. Er waren geen wereldkaarten, geen beamers, geen smartboarden
en geen computers zoals bij ons. En ondanks dit alles waren de leerlingen zo
gelukkig dat ze de kans kregen om naar school te gaan.
De 460 leerlingen verblijven daar allemaal in het internaat.
De meisjes bezochten de slaapkamers van de meisjes en de jongens verkenden de
jongensvertrekken. De meisjes waren bezig zichzelf en hun kleren te wassen. Ze toonden
ons hun slaapzaal. Ze slapen met zo’n 40 in één slaapzaal. Een paar meisjes
begonnen in onze haren te wrijven. In Tanzania mag je als student geen lange
haren hebben. Enkelen onder hen konden ons overtuigen om voor hen een dansje te
doen. Daar stonden we dan in het midden van de wasplaats, tussen de meisjes
gewikkeld in handdoeken, de Plopdans te doen. We hebben er enorm van genoten.
Nadien toonde de
priester ons nog de kerk die hij had laten bouwen. Hij was er terecht heel fier
op. Toen we buitenkwamen, hoorden we de mooiste stemmen die we ooit gehoord
hadden. Het koor was buiten aan het repeteren. Trots gaven ze ons een kleine
demonstratie. We stonden allemaal met open mond te luisteren. Ze leken wel het gospelkoor uit
Sister Act maar dan live, hier in Kasulu onder enkele bomen.
Tot slot nam de priester ons nog mee naar een wel heel
decadent hotel. Hij trakteerde ons op een frisdrank en gaf ons de kans om hem
onze vragen te stellen. Stan trok zijn stoute schoenen aan en vroeg hem naar zijn
idee over geboortebeperking. Hijzelf is
meer voor ‘gezinsplanning’ dan voor het gebruik van anticonceptiemiddelen.
Na ons bezoek keerden we terug naar onze verblijfplaats in
Marumba. Daarna volgde het avondmaal en namen we uitgebreid de tijd om te reflecteren.
Ik had het persoonlijk moeilijk met de manier waarop de priester ons al zijn
projecten toonde. Zijn houding stond zo in contrast met de nederige houding van
de broeders die we tot nu toe al ontmoet hadden. Hierover praten met de groep
en ook anderen hun mening horen was een verademing.
We gaan nu nog even naar de sterrenhemel kijken, want die is
hier werkelijk verbluffend en daarna kruipen we na een geslaagde dag onder de
wol.
Karen